Hooiland 2x maaien en afvoeren

Kruidenvegetatie-beheer ter bevordering van de biodiversiteit op rijkere grondsoorten:  2x maaien en afvoeren

Kenmerken

Een gras- en kruidenvegetatie, met soms nog pioniers, op voedselrijke grondsoorten en tengevolge daarvan nog zoveel biomassa vormend dat, om legeren van het gewas te voorkomen en een verdere verarming van de ondergrond te bewerkstelligen, 2x maaien en opruimen per jaar is geboden.

Toepassingen

Voedselrijke gras- en kruidenweiden. Aanpassingen van het beheer, in plaats van 2x naar 1x maaien, die worden gemotiveerd vanuit financiële overwegingen (beheerkosten) kunnen leiden tot een sterke afname van de natuurwaarden en in sommige gevallen ook tot een aantasting van het natuurlijke beeld van de graslanden. Wel kan na verloop van jaren op sommige locaties, bijvoorbeeld daar waar veel zand door de kleibodem is

gemengd, een dusdanige verschraling optreden dat de gewasproductie sterk terugloopt. Op dergelijke locaties kan dan eventueel worden overgeschakeld naar een regime van eenmaal per jaar maaien en afvoeren, zonder dat de structuur en de soortenrijkdom van de grasland-vegetatie wordt aangetast. Bij het beheer van hooilanden is het zowel voor de planten als voor de in het gras levende diersoorten van belang dat de tijdstippen waarop gemaaid wordt, min of meer constant zijn. De meest gunstige maaiperioden zijn begin tot half juni en de eerste 2 weken vanf oktober.

Opmerkingen

Het moment van maaien valt niet elk jaar precies gelijk. Maaien dient plaats te vinden nadat het merendeel van de kruiden het zaad hebben laten vallen. Het afkomende gewas wordt doorgaans op een agrarische manier gehooid.

Deze beheergroep is van toepassing op vegetaties met een betrekkelijk geringe productie, op vegetaties op zeer natte standplaatsen en op graslandvegetaties met een zoomkarakter.