Groenbeheer

Ecologisch beheer

Dit beheer is gericht om de samenhang tussen flora en fauna zo gunstig mogelijk te ontwikkelen.
Maar ook hier zal de kostenfactor een belangrijke rol spelen. Beheren kost geld en wordt steeds duurder. Vroeger kon men het maaisel op een bepaalde plaats laten verzamelen en laten verteren, tegenwoordig moet het worden afgevoerd tegen steeds hogere kosten.
Het is daarom belangrijk, indien men kiest voor ecologisch beheer, vooraf een goede planning gaat maken. De keuze van een soortensamenstelling in samenhang met plaatselijke milieufactoren zoals bv. bodemtype speelt een belangrijke rol in de beginfase.
De standplaats bepaalt de vegetatie en de vegetatie bepaalt het beheer. Een schraal bodemtype zal altijd lagere beheerkosten opleveren dan een voedselrijk bodemtype. De maaifrequenties zullen minder zijn en het afvalvolume lager. De flora verscheidenheid zal echter ook afnemen op voedselrijke grondsoorten. Botanisch gezien is dit gegeven een verarming.
Botanische verscheidenheid en algemeen wenselijke landschapsinrichting gaan niet altijd samen op. Het is daarom noodzakelijk de wensen m.b.t. het object goed te overwegen.

Belangrijke uitgangspunten

  • De frequentie en tijdstip van maaien zal afhangen van de lokale situatie, maar in het algemeen kan men stellen dat één maaibeurt in september/oktober voldoende moet zijn.
  • In gevallen waar eerder gemaaid moet worden, bijvoorbeeld i.v.m. verkeerstechnische situaties, of bij ontwikkeling van dominante populaties is een extra maaibeurt vroeg in het seizoen aan te bevelen. Dit zou grofweg eind mei, begin juni kunnen plaatsvinden.
  • Maaisel altijd afvoeren.
  • Het is aan te bevelen percelen gefaseerd te maaien.

Maaien

Klepelen is helaas nog altijd een veelgebruikte manier om bermen te beheren. De klepels van de klepelmaaier hakselen alles wat op hun pad komt. Volgens de Vlinderstichting overleeft slechts 6% van de rupsen en dagvlinders een klepelbeurt. Doorgaans blijft het verhakselde maaisel liggen Deze organische stof verrijkt de bodem waardoor een eenzijdige beplanting van stikstofminnende pioniersoorten overblijft zoals akkerdistel.

Ook de maaizuigcombinatie heeft een desastreuze impact op de insectenpopulatie. Slechts 8% van de rupsen en dagvlinders overleeft een maaibeurt. Voordeel is wel dat geen verrijking van de bodem plaatsvindt, omdat het maaisel wordt afgevoerd, helaas worden ook de zaden opgezogen.

Bij maaien met de cyclomaaier en vervolgens afvoeren is de overlevingskans een stuk groter. Zo’n 40% van de rupsen en dagvlinders overleeft en er vindt geen verruiging plaats doordat het maaisel wordt afgevoerd.

Beheermethodes:

Hooiland 1x maaien en afvoeren

Hooiland 2x maaien en afvoeren

Zoom- en Ruigtevegetatie