Zaai-advies

Voorbereiding van de grond

Om snel groeiende en snel kiemende onkruiden te onderdrukken is het raadzaam om voor het inzaaien een vals zaaibed te maken. Twee tot drie weken voor daadwerkelijk wordt gezaaid moet het zaaibed klaar gemaakt worden. De onkruiden zullen nu ontkiemen. Als de onkruiden echt opgekomen zijn moet men met een cultivator door de grond gaan om de kiemplanten te doden. Dit kan na enige tijd herhaald worden.

Inzaaien

De meeste bloemzaden zijn zeer fijn. Het is daarom aan te raden om het zaad met grof zand met een minimale korrelgrootte van 0,2 mm te mengen. Een werkbare verhouding is 1 kg zaad op 20 kg zand. Bij vochtig weer is het zinvol om het mengsel alvorens het zaaien te bevochtigen.

Bij elk mengsel staat een zaaddosering vermeld. Een hogere zaaddosering kan leiden tot een afname in de soortenrijkdom als gevolg van onderlinge concurrentie.

Zaaien gebeurt bij voorkeur met de hand door de zaden breedwerpig te zaaien, ook voor grotere oppervlaktes is dit prima te doen. Indien er toch machinaal gezaaid wordt kan dit met een pneumatische zaaimachine. Om te voorkomen dat de fijne zaden door het trillen van de zaaimachine teveel naar onder zakken, is het raadzaam om tijdens het zaaien het mengsel te roeren of de machine steeds met kleine hoeveelheden te vullen. Om te zorgen dat het zaad evenredig wordt verdeeld, kan zowel het oppervlak als het zaad in meerdere stukken worden verdeeld.

De zaden dienen na het zaaien licht ingeharkt te worden, of aangerold met een (tuin)wals, zodat het zaad goed contact maakt met de bodem.  Wanneer de grond mooi rul is en er regen is voorspeld hoeven de zaden niet per se te worden ingewerkt.

Zaaitijd

Eenjarige mengsels
Voor een optimaal resultaat adviseren we om eenjarige mengsels vanaf het vroege voorjaar tot half juni in te zaaien. Wanneer het zaaien  plaatsvindt tussen half juni en half augustus, bestaat de kans dat de eenjarigen beperkt tot bloei komen. Een deel van de zaden zal mogelijk pas het volgende jaar ontkiemen en tot bloei komen. Indien gewenst is het ook mogelijk om eenjarige mengsels in het najaar te zaaien, waardoor ze het volgende jaar tot bloei komen.

Meerjarige mengsels

Voor meerjarige mengsels raden we aan om te zaaien van augustus tot half september. Deze timing biedt verschillende voordelen:

  • verminderde onkruiddruk ten opzichte van het voorjaar
  • een eventuele kiemrust wordt eerder doorbroken
  • meerjarige soorten hebben tijd om voor de winter nog te kiemen zodat ze het jaar erop zullen bloeien
  • de grond is nog warm

Echter, het is ook mogelijk om meerjarige mengsels met succes in het voorjaar te zaaien. Het is belangrijk om te merken dat bij zaaien in het voorjaar de soorten pas het daaropvolgende jaar tot bloei komen. Indien gewenst kunnen eenjarige soorten worden toegevoegd om snel bloei te realiseren.

Kieming

Gezien het feit dat het om zaden van inheemse, wilde soorten gaat, hebben sommige soorten een koude periode (lees: winter) nodig alvorens te kiemen. Dit betekent dat ze pas na de winter na inzaai zullen kiemen.

Nazorg

Na het zaaien dienen de zaden licht ingeharkt te worden of het perceel aangerold te worden, zodat het zaad goed contact heeft met de bodem.
Het beregenen van pas ingezaaide mengsels is niet nodig, geduld wel! Zaden kiemen pas als er voldoende vocht is. De zaden kiemen daarnaast langzaam en onregelmatig, waardoor de zaden langdurig droge periodes kunnen overbruggen. Besluit men toch om te beregenen dient dit uitsluitend na zonsondergang plaats te vinden.

Zorgen voor een goede uitgangssituatie

Het is belangrijk om te kiezen voor het juiste mengsel maar soms is er meer (kennis) nodig om te zorgen dat het gewenste resultaat wordt bereikt.

Verschralen van de bodem vooraf

Er kunnen omstandigheden zijn waarbij verschraling van de grond wenselijk is.
Dit kan op verschillende manieren gebeuren.

  • Een zandlaag aanbrengen.
  • Bovenste grondlaag verwijderen
  • Stikstof bemesting

Een zandlaag aanbrengen is een kostbare operatie en brengt risico’s met zich mee. Als men voor deze optie kiest is het goed om te weten wat de herkomst van het zand is, en een analyserapport te laten maken. De op te brengen zandlaag dient in ieder geval een grove structuur te hebben, vrij van hardnekkige onkruidzaden, gifstoffen en plantenresten.

De bovenste grondlaag verwijderen heeft als nadeel dat het nieuwe oppervlak te dicht is van structuur. Vaak stuit men op een lagere grondsoort die niet altijd nadelig hoeft te zijn voor de toekomstige vegetatie. Let bij deze keuze op het verdichten van de grond door werkzaamheden.

Op een fosfaatrijke maar stikstofarme bodem kan stikstof bemesting d.m.v. het inzaaien van maïs en Italiaans raaigras aan de verschraling bijdragen. Het gewas zal enkele keren per jaar moeten worden gemaaid en het maaisel worden afgevoerd.

Kalk heeft een gunstige invloed op de verschraling en de verzuring van de grond. Door kalk door de grond te mengen wordt het verteringsproces versneld en de zuurgraad aanzienlijk verhoogd. Dit kan een ander soort plantenrijkdom teweegbrengen. Ook kan kalktoevoeging aan droge (zand) grond het tekort aan vocht opheffen. Vocht is belangrijk voor de opname van voedingstoffen bij planten.

Niet verschralen bij tekort aan zonlicht

In een gesloten schaduwrijke omgeving zoals onder bomen is de voedselrijkdom van de grond juist een gunstige factor. Deze voedingstoffen bieden een compensatie voor het tekort aan zonlicht die de ontwikkeling van de onderbegroeiing ten goede komen. In deze situatie kunnen zelfs planten groeien uit een andere ecotoop.