Bij de ecologische zaadmengsels vormen de standplaatscondities het uitgangspunt waarbij de zuurtegraad, voedselrijkdom en de vochtigheid in de basis vormen. Er is onderscheid gemaakt tussen de vegetatiestructuren (G) graslandflora, (S) schaduwflora en (R) ruigteflora. De mengsels bestaan uitsluitend uit inheemse en meerjarige soorten. Tezamen vormen zij een esthetisch geheel met een natuurlijke samenhang. Het grote aantal soorten en de ecologische waarde maken de mengsels geschikt voor grootschalige projecten in het openbaar groen, natuurrestauratie en ecologische structuren.