Beschrijving
Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria)
De gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria) is een vaste, kruidachtige plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het is een donkergroene, behaarde plant die doorgaans 30–100 cm hoog wordt. De bladeren zijn geveerd en hebben getande randen.
De gele bloemen verschijnen van juni tot september en staan in een aarvormige bloeiwijze. Kenmerkend is de urnvormige bloemkelk met haakvormige borsteltjes aan de bovenrand. Na de bloei ontstaan kleine vruchtjes (akentjes) met haakjes. Daardoor kunnen ze zich vasthechten aan dieren of kleding, wat de verspreiding bevordert.
Agrimonie is inheems in Europa en Zuidwest-Azië en komt onder meer voor in (vochtige) weiden, langs beekoevers, in ruigtes en tussen struiken.
Gebruik en inhoudsstoffen
In de volksgeneeskunde werd gewone agrimonie traditioneel gebruikt vanwege vermeende samentrekkende en ontstekingsremmende effecten. De plant bevat onder andere fenolzuren, flavonoïden en tannines. In laboratoriumonderzoek en enkele (beperkte) klinische studies zijn aanwijzingen gevonden voor bijvoorbeeld antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen.
Tegelijkertijd geldt dat de klinische onderbouwing voor veel traditionele toepassingen nog beperkt is. Daarom is verder onderzoek nodig om de werking en veiligheid bij gebruik beter te kunnen beoordelen.
Kenmerken in één oogopslag
- Planttype: vaste, kruidachtige plant
- Familie: Rosaceae (rozenfamilie)
- Hoogte: tot ca. 100 cm
- Bladeren: geveerd, getand, donkergroen en behaard
- Bloei: juni–september
- Bloemen: geel; urnvormige kelk met haakborsteltjes
- Vruchten: kleine akentjes met haakjes (verspreiding via vacht/kleding)
- Verspreiding: inheems in Europa en Zuidwest-Azië
- Groeiplaatsen: weiden, beekoevers, ruigtes, struweelranden










