Beschrijving
Gele ganzenbloem (Glebionis segetum)
De gele ganzenbloem (Glebionis segetum, vroeger Chrysanthemum segetum) is een vrolijke, felgele akkerbloem die direct opvalt door haar margrietachtige bloemhoofdjes. De soort groeit snel en zorgt voor een sterk kleurrijk effect. Daardoor is gele ganzenbloem een geliefde soort in eenjarige bloemenmengsels en landschappelijke akkerranden.
Standplaats en ecologie
Gele ganzenbloem groeit het best op zonnige, open plekken op matig voedselrijke bodems. Van oorsprong is het een typische soort van akkers en akkerranden. Tegenwoordig komt ze vooral voor in ingezaaide bloemenstroken, extensief beheerde randen en tijdelijke vergroening.
De bloemen bieden nectar en stuifmeel en worden bezocht door bijen, zweefvliegen en andere insecten. Hierdoor draagt de soort bij aan bestuivers, vooral in de zomer.
Uiterlijk en groeiwijze
De plant is meestal éénjarig en wordt doorgaans 30–60 cm hoog. De stengel is stevig en vertakt, met wat vlezige, gelobde bladeren. De bloei kan lang aanhouden, vaak van juni tot september, afhankelijk van zaaimoment en omstandigheden. Na de bloei vormt de plant zaden waarmee ze zich gemakkelijk kan uitzaaien.
Kenmerken
- Wetenschappelijke naam: Glebionis segetum
- Nederlandse naam: gele ganzenbloem
- Planttype: éénjarig
- Hoogte: ca. 30–60 cm
- Bloemen: felgeel, margrietachtig
- Bloeitijd: meestal juni–september
- Standplaats: zonnig, open
- Bodem: matig voedselrijk, goed doorlatend
- Biotoop: akkers, akkerranden, bloemenstroken, tijdelijke begroeiing
- Ecologische waarde: nectar en stuifmeel voor diverse insecten









