Beschrijving
Slangenkruid (Echium vulgare)
Slangenkruid (Echium vulgare) is een opvallende, ruige plant met intense blauwe bloemen en een hoge insectenwaarde. De soort is vooral bekend als een van de beste nectarplanten voor bijen en hommels. Daardoor is slangenkruid een echte sleutelsoort in bijen- en bloemenmengsels, vooral op droge, zonnige standplaatsen.
Standplaats en ecologie
Slangenkruid groeit bij voorkeur op droge, voedselarme tot matig voedselrijke bodems, vaak op zandige en kalkhoudende grond. Daarnaast komt de soort veel voor op bermen, dijken, taluds, ruigtes en open plekken waar de bodem niet te dicht begroeid is. De plant houdt van volle zon en kan goed tegen droogte.
De bloemen produceren veel nectar en worden druk bezocht door solitaire bijen, hommels, honingbijen, vlinders en zweefvliegen. Hierdoor draagt slangenkruid sterk bij aan biodiversiteit, vooral in de zomermaanden.
Uiterlijk en groeiwijze
Slangenkruid is meestal tweejarig (soms kortlevend meerjarig). In het eerste jaar vormt het een rozet van ruwe bladeren. In het tweede jaar verschijnt een stevige bloeistengel die vaak 30–100 cm hoog wordt. De bloemen verkleuren tijdens het openen van roze naar helder blauw, waardoor één plant meerdere tinten tegelijk kan tonen. De stengels en bladeren zijn ruw behaard, wat de plant goed herkenbaar maakt.
Kenmerken
- Wetenschappelijke naam: Echium vulgare
- Nederlandse naam: slangenkruid
- Planttype: tweejarig (soms kortlevend meerjarig)
- Hoogte: ca. 30–100 cm
- Bloemen: blauw (vaak van roze naar blauw verkleurend)
- Bloeitijd: meestal juni–september
- Standplaats: zonnig, open
- Bodem: droog; voedselarm tot matig voedselrijk; vaak zand/kalk
- Biotoop: bermen, dijken, taluds, ruigtes
- Ecologische waarde: zeer nectar- en stuifmeelrijk; topsoort voor bijen
Echium vulgare is een belangrijke nectarbron voor bijen, hommels en andere insecten in Nederland. Hieronder vind je een lijst van enkele insecten die foerageren op deze inheemse wilde plant:
- Honingbijen (Apis mellifera) – Honingbijen verzamelen nectar en stuifmeel van de bloemen van Echium vulgare.
- Hommels (Bombus spp.) – Verschillende soorten hommels foerageren op de bloemen van Echium vulgare, waaronder de aardhommel (Bombus terrestris) en de akkerhommel (Bombus pascuorum).
- Solitaire bijen (Osmia spp.) – Verschillende soorten solitaire bijen foerageren op de bloemen van Echium vulgare, waaronder de gehoornde metselbij (Osmia cornuta).
- Zweefvliegen (Syrphidae) – Verschillende soorten zweefvliegen foerageren op de bloemen van Echium vulgare, waaronder het citroenlieveheersbeestje (Cheilosia illustrata).
- Dagvlinders (Lepidoptera) – Verschillende soorten dagvlinders foerageren op de bloemen van Echium vulgare, waaronder het klein geaderd witje (Pieris napi).
- Nachtvlinders (Lepidoptera) – Verschillende soorten nachtvlinders foerageren op de bloemen van Echium vulgare, waaronder de gestreepte goudspanner (Eupithecia subfuscata).
In het 1e jaar vormt de plant alleen een rozet met behaarde bladeren. In het wild treft men dit soort aan in het fluviatiele district en de kalkrijke duinen. In overige gebieden is het soort vaak ingezaaid. De plant houdt van zonnige, droge, kalkrijke en open plekjes. maar ook langs half beschaduwde wandelpaden in Kennemerland is ze te vinden. De zaden kiemen onregelmatig en ook de kwaliteit van de zaden kan per jaar sterk variëren. Onder andere in Graslandflora GD-63 en GD-67 is slangekruid toegevoegd.
Meer informatie over Slangenkruid is te vinden op de website www.floravannederland.nl en www.wildeplanten.nl.













