Beschrijving
Muizenoor (Pilosella officinarum)
Muizenoor (Pilosella officinarum, syn. Hieracium pilosella) is een laagblijvende, inheemse plant die vooral opvalt door zijn zachte, behaarde bladeren en heldergele bloemhoofdjes. De soort vormt vaak kleine tapijten en is typisch voor schrale, zonnige graslanden. Daardoor is muizenoor een goede indicator voor voedselarme omstandigheden en extensief beheer.
Standplaats en ecologie
Muizenoor groeit bij voorkeur op droge, zandige en voedselarme bodems. Daarnaast verdraagt de soort zon en droogte uitstekend en komt hij veel voor in schrale graslanden, duinvegetaties, bermen en open plekken op zandgrond. Op rijkere bodems wordt muizenoor meestal snel verdrongen door hogere grassen en kruiden.
De bloemen leveren nectar en stuifmeel en worden bezocht door diverse bijen, zweefvliegen en andere insecten. Bovendien kan de plant door zijn lage groei ook bijdragen aan een gevarieerd microklimaat in bloemrijke vegetaties.
Uiterlijk en groeiwijze
Muizenoor vormt een lage rozet van langwerpige bladeren die zacht behaard zijn — vandaar de naam. De plant bloeit met één of enkele gele bloemhoofdjes op een dunne steel en wordt meestal 5–20 cm hoog. Daarnaast kan muizenoor zich vegetatief uitbreiden via uitlopers, waardoor het op geschikte plekken een dichte, lage begroeiing vormt.
Kenmerken
- Wetenschappelijke naam: Pilosella officinarum
- Nederlandse naam: muizenoor
- Planttype: meerjarig (inheems)
- Hoogte: ca. 5–20 cm
- Bloemen: geel, bloemhoofdjes
- Bloeitijd: meestal mei–augustus
- Standplaats: zonnig, open
- Bodem: droog, zandig, voedselarm
- Biotoop: schrale graslanden, duinen, bermen, zandige open plekken
- Ecologische waarde: insectenplant; indicatorsoort voor schrale omstandigheden









