Beschrijving
Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis)
Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) is een sierlijke, inheemse plant met donker roodbruine bloemhoofdjes die als kleine “knopjes” boven de vegetatie uitsteken. De soort past perfect in vochtige hooilanden en natuurvriendelijke graslanden. Daarnaast is grote pimpernel ecologisch bijzonder waardevol, onder meer als waardplant voor gespecialiseerde vlindersoorten.
Standplaats en ecologie
Grote pimpernel groeit bij voorkeur op vochtige tot natte, matig voedselrijke bodems, vaak op klei, zavel of veen. Daarom vind je de plant van nature in vochtig hooiland, langs sloten en in natte graslandvegetaties. De soort houdt van open omstandigheden en reageert goed op hooilandbeheer (maaien en afvoeren).
De bloemen worden bezocht door diverse insecten, waaronder bijen en zweefvliegen. Bovendien is grote pimpernel een belangrijke waardplant voor enkele zeer gespecialiseerde vlinders (zoals pimpernelblauwtjes), die afhankelijk zijn van een intact leefgebied.
Uiterlijk en groeiwijze
Grote pimpernel is meerjarig en wordt doorgaans 50–120 cm hoog. De plant heeft geveerde bladeren en maakt stevige, rechtopstaande stengels. De bloei vindt meestal plaats in juni–augustus, waarna de bloemhoofdjes lang zichtbaar blijven. Hierdoor geeft de soort ook structuur en variatie aan de vegetatie.
Kenmerken
- Wetenschappelijke naam: Sanguisorba officinalis
- Nederlandse naam: grote pimpernel
- Planttype: meerjarig (inheems)
- Hoogte: ca. 50–120 cm
- Bloemen: donker roodbruin, knopvormige hoofdjes
- Bloeitijd: meestal juni–augustus
- Standplaats: zonnig tot halfschaduw
- Bodem: vochtig tot nat, matig voedselrijk; klei/zavel/veen
- Biotoop: vochtig hooiland, natte graslanden, slootranden
- Ecologische waarde: nectarbron; waardplant voor gespecialiseerde vlinders
Pimpernel komt van het Latijnse piperinus (als van peperkorrels), naar de vorm van de vruchten. Sanguisorba betekent bloedkruid en is afgeleid van sanguis (bloed) en sorbere (slurpen). Die naam staat in verband met het vroegere gebruik als bloedstelpend middel, maar volgens sommige anderen dachten de mensen vroeger dat het eten van deze plant door koeien, de melk bloederig zou kleuren. Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig. Bron: www.wildeplanten.nl









